Risicobeheer onder Bazel II en Pijler III toelichting
Berekening van de kapitaalsvereisten onder Pijler I en Pijler II Solvabilteitsratio's onder Pilaar I & Pilaar II Overzicht Kapitaalstructuur BinckBank per 31 december 2008 Berekening eigen vermogen en aanwezig Tier 1-vermogen
3. Kapitaalstructuur
BinckBank houdt kapitaal aan ter dekking van risico's. De hoeveelheid en kwaliteit van het gereserveerde kapitaal bij BinckBank wordt mede bepaald op basis van International Financial Reporting Standards (IFRS) en bepalingen zoals vastgelegd in de Europese CRD-richtlijnen welke zijn opgenomen in de Nederlandse Wft.
Berekening van de kapitaalsvereisten onder Pijler I en Pijler II Het minimum voor het onder Pijler I aan te houden vermogen (de zogenaamde BIS-ratio) voor banken is 8%. Bazel II kent verschillende benaderingen voor de implementatie van de eisen onder Pijler I ten aanzien van krediet-, markt- en operationele risico's. BinckBank past de 'standardised approach' toe voor het kredietrisico en het marktrisico. Hierbij maakt zij gebruik van risicowegingen en kredietrisicovermindering technieken zoals aangegeven door de toezichthouder. Voor het operationele risico hanteert BinckBank de 'basic indicator approach', waarbij zij een kapitaalreservering doet van 15% van de omzet over het voorgaande boekjaar, in tegenstelling tot het gemiddelde van de laatste drie jaren zoals gewoonlijk vereist onder Bazel II. Dit in verband met de gerealiseerde sterke groei in het verleden. De tweede Pijler van het nieuwe Bazel II akkoord omvat het proces waarmee banken de toereikendheid van hun interne kapitaal beoordelen, het zogenaamde Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP) en de beoordeling van dat proces door de toezichthouder, het zogeheten Supervisory Review and Evaluation Process (SREP). Uit het ICAAP volgt het door BinckBank bepaalde interne toezichtskapitaal (ICAAP kapitaal). Het ICAAP kapitaal is de uitkomst van de interne kapitaalsberekeningen van BinckBank voor alle voor de onderneming relevante risico's. De norm voor het ICAAP kapitaal voor BinckBank lag gedurende het boekjaar 2008 op 12%.
BinckBank hanteert voor de bepaling van het ICAAP kapitaal de complementaire methode, hetgeen inhoudt dat er naast de voorgeschreven minimale kapitaalseisen onder Pijler I ook nog kapitaal aangehouden wordt voor complementaire risico's die door BinckBank worden onderkend zoals businessrisico's, renterisico's, concentratierisico's en settlementrisico's. Het SREP-kapitaal is de uitkomst van de dialoog tussen DNB en BinckBank en weerspiegelt het gewenste kapitaal uit oogpunt van extern toezicht, hierbij kan het ICAAP-kapitaal eventueel door de toezichthouder worden vermeerderd met prudentiële opslagen. BinckBank heeft haar ICAAP-rapport 2008 in januari 2009 ingediend bij DNB. Het Supervisory Review and Evalutaion Process (SREP) van DNB zal naar verwachting plaatsvinden in maart 2009. BinckBank kan derhalve nog niet aangeven of de toezichthouder een prudentiële opslag zal opleggen.
|